Inhoudsopgave

Koop het (e-)handboek

Design & CMS by Deltacom

Flanders Knowledge Area

Handboek Internationalisering is een online publicatie van Flanders Knowledge Area. De informatie in het Handboek Internationalisering betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.

6.7.2.1 Artikel 91 1, eerste lid

Op de regel dat het Nederlands de onderwijstaal van de initiële bachelor- en mastergraden is, worden drie types van uitzonderingen gemaakt: vooreerst drie standaardafwijkingen, verder een open afwijkingsformule maar vol restricties, en een regeling voor programma’s specifiek voor buitenlandse studenten.

De bepaling luidt:

Art. 91. § 1. De onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is het Nederlands.
In de bachelors- en in de mastersopleidingen kan evenwel een andere taal worden gebruikt voor de volgende opleidingsonderdelen:

  • de opleidingsonderdelen die een vreemde taal tot onderwerp hebben en die in die taal worden gedoceerd;
  • de opleidingsonderdelen die gedoceerd worden door anderstalige gasthoogleraren of gastprofessoren;
  • de anderstalige opleidingsonderdelen die, met instemming van het instellingsbestuur, worden gevolgd aan een andere instelling voor hoger onderwijs.

Deze standaardafwijkingen liggen voor de hand. Ze betreffen een aantal algemene uitzonderingen die inhoudelijk logischerwijze uit het vroegere universiteiten- en hogescholendecreet zijn overgenomen. Ze worden hierna toegelicht.

Zowel wat hun initieel als postinitieel aanbod betreft, hebben de hogescholen en universiteiten in de jaarverslagen, de opleidingsonderdelen die een andere taal tot voorwerp hebben zorgvuldig opgelijst met vermelding van de doceertaal en het aantal studiepunten. Deze categorie van mogelijke afwijkingen telt vanzelfsprekend het grootst aantal opleidingsonderdelen.
In alle hogeronderwijsinstellingen situeren deze opleidingsonderdelen zich voornamelijk binnen de taalspecifieke als ook - in mindere mate- in de economisch gerichte opleidingen.
Uiteraard komen ze ook in eerder beperkte mate - zeker voor de bacheloropleidingen - voor in andere opleidingen zoals Politieke en sociale wetenschappen, Wijsbegeerte, Ingenieurswetenschappen, Onderwijs, Rechten, Bedrijfs- en Office management, ...
Voor de bachelor- en de masteropleidingen is de taalkeuze van deze opleidingsonderdelen die een andere taal tot voorwerp hebben, aan geen enkele decretale beperking onderworpen. Dit wil in feite zeggen dat in principe een gehele taalopleiding in een vreemde taal kan gedoceerd worden.
In het kader van het maatschappelijk debat, dat ondermeer over de taalregeling is gevoerd in het Vlaams Parlement, werd vanuit de taalopleidingen in dit verband de verzuchting geuit dat de taalopleidingen die in de praktijk bijna volledig in de vreemde taal van het onderwerp worden gedoceerd, niet aantrekkelijk blijken voor buitenlandse studenten. De reden hiertoe is het feit dat deze opleidingen in se Nederlandstalige opleidingen blijven. Dit schrikt mogelijke geïnteresseerde buitenlandse studenten af. Hoewel wel degelijk op het diplomasupplement de doceertaal van de verschillende opleidingsonderdelen wordt aangegeven, blijft de onderwijstaal van de opleiding, en bijgevolg ook de benaming als geheel, vermeld op het diploma het Nederlands (zie verder). Om tegemoet te komen aan deze zorg heeft de VLIR- raad in haar advies van 10 december 2009 voorgesteld om artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van de vorm van diploma’s en de inhoud van het bijhorend diplomasupplement uitgereikt door de instellingen van hoger onderwijs in Vlaanderen, te wijzigen in die zin dat voor de opleidingen die volledig in een andere taal dan het Nederlands worden aangeboden het diploma en het diplomasupplement in die taal wordt opgemaakt.

In deze context lijkt het aangewezen om expliciet te wijzen op de verplichting voor de instellingen om de taal van het opleidingsonderdeel (ook al betreft het een Nederlandstalig diploma) expliciet te vermelden op het diplomasupplement. Deze wettelijke verplichting was ingegeven vanuit de zorg dat bepaalde opleidingen in Vlaanderen als gevolg van de vrij complexe taalregelgeving met een opeenstapeling van uitzonderingen wel de Nederlandse taal op het diploma vermelden, maar in de praktijk het mogelijk was dat een bepaalde student toch in grote mate de opleiding in een andere taal had gevolgd en in feite de Nederlandse taal niet op academisch niveau beheerst. Voor bepaalde beroepen, zoals ondermeer magistraten, wordt de toelating verplicht onderworpen aan een taaltest van het Nederlands tenzij vanzelfsprekend volgens de taal van het diploma de onderwijstaal het Nederlands is. De taal van de opleidingsonderdelen moet in dat geval verduidelijking brengen.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

  • Besluit van de Vlaamse Regering van 11 juni 2004 tot vaststelling van de vorm van diploma’s en de inhoud van het bijhorend diplomasupplement uitgereikt door de instellingen van hoger onderwijs in Vlaanderen, B.S. 6 oktober 2004

Het inschakelen van meer anderstalige docenten is een duidelijke betrachting van de instellingen in het kader van hun internationaliseringsbeleid.
Op grond van de taalverslagen blijkt echter dat het doceren van deze opleidingsonderdelen doorgaans nog door de eigen Nederlandstalige docenten gebeurt, en het aantal anderstalige (gast)professoren en docenten, dat ingeschakeld wordt zeer beperkt blijft. Een volledig beeld is echter niet voorhanden omdat sommige instellingen hun anderstalige gastsprekers of docenten, die beperkt lesgeven en niet structureel deel uitmaken van het personeelsbestand, niet altijd registreren.
De aanwijzing van docenten en zeker het inschakelen van gastprofessoren gebeurt bovendien gedecentraliseerd en verschilt dus zeer erg tussen de faculteiten en departementen.
Voornamelijk in het kader van uitwisselingsakkoorden worden soms buitenlandse gastsprekers uitgenodigd voor een beperkt aantal lezingen / colleges. Het bezoek van deze gastsprekers / docenten wordt als een opportuniteit beschouwd om de kwaliteit en het internationale karakter van de betrokken programma-inhoud te verhogen wat toch een meerwaarde voor de student betekent.
Sommige instellingen sluiten overeenkomsten met buitenlandse instellingen, of instellingen uit de Franse gemeenschap, om docenten voor een gastcollege op een gestructureerde wijze uit te wisselen.
Blijkt dat soms wegens te beperkte interesse van de studenten om een bepaald keuzevak in een vreemde taal te volgen de overeenkomst noodgedwongen dient opgezegd te worden.

Het feit dat te weinig beroep wordt gedaan op native speakers om het anderstalig aanbod te doceren, is zeker te betreuren. Een absoluut werkpunt dus in het kader van de internationalisering van ons hoger onderwijs. Temeer daar de taalregeling in principe geen belemmering vormt om deze anderstalige docenten aan te trekken. Dit moet wel enigszins genuanceerd worden.
Voor de beperking van 10 % anderstalig aanbod die geldt voor de bachelorsopleidingen wordt deze categorie van opleidingsonderdelen wel meegerekend om de grens te bepalen (zie verder).

 

De muziekopleidingen vormen een uitzondering op de regel. Het docentenkorps dat de opleidingsonderdelen doceert bestaat daar overwegend uit anderstalige buitenlandse docenten. Het meer inschakelen van anderstalige docenten heeft tot gevolg dat in meerdere opleidingsonderdelen (vb. muziek, bewegingsleer, ...) de onderwijstaal een andere taal is. De eigenheid van deze opleidingen verklaart in zekere zin dit afwijkend taalgebruik. Meestal blijft het theoretisch gedeelte vrij beperkt waardoor het gebruik van een vreemde taal zowel voor de Nederlandstalige studenten als de buitenlandse studenten die een anderstalige docent hebben geen probleem stelt.

In dit verband dient tot slot nog gewezen te worden op het recent voorstel van de VLIR-raad om de categorie van gastprofessoren uit te breiden met regulier aangestelde anderstalige lesgevers gedurende de eerste drie jaar van hun aanstelling. De achterliggende terechte beweegreden is dat een goed docentenkorps, ook in een Nederlandstalige opleiding, veronderstelt dat mondiaal gerekruteerd wordt. Om deze anderstalige docenten dan ook de kans te geven het Nederlands als onderwijstaal te hanteren.

Deze derde standaardafwijking betreft een categorie van opleidingsonderdelen die vanzelfsprekend betrekking heeft op de in het kader van uitwisselingsprogramma’s gevolgde opleidingsonderdelen die deel uitmaken van het studieprogramma van een individuele student. De doceertaal van deze anderstalige vakken gevolgd in het buitenland dient wel op het diplomasupplement te worden vermeld. Deze categorie, die sterk individueel ingevuld wordt door de student, wordt niet meegerekend om de grens van 10 % te berekenen in de bacheloropleiding.

Het komt ook meer en meer voor dat een student in het kader van een bi-diplomering met een buitenlandse instelling of een instelling uit de Franse Gemeenschap, anderstalige opleidingsonderdelen volgen. Studenten zijn zelfs verplicht in dat geval minstens een derde in de andere instelling te volgen (zie verder).

 

Lees verder: 6.7.2.2   Artikel 91 1, tweede lid
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen