Inhoudsopgave

Koop het (e-)handboek

Design & CMS by Deltacom

Flanders Knowledge Area

Handboek Internationalisering is een online publicatie van Flanders Knowledge Area. De informatie in het Handboek Internationalisering betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.

6.7.2.2 Artikel 91 § 1, tweede lid

De tweede uitzondering op niveau van de opleidingsonderdelen opgenomen in paragraaf 1 van artikel 91, betreft de open machtiging om te kiezen voor een andere taal na een expliciet gemotiveerde beslissing van het instellingsbestuur om in een andere taal te doceren waaruit de meerwaarde voor de studenten en de functionaliteit voor de opleiding moet blijken.

Het betreffende tweede lid van paragraaf 1 stelt:
Het instellingsbestuur kan tevens beslissen dat in beperkte mate voor opleidingsonderdelen een andere taal dan het Nederlands wordt gebruikt wanneer de meerwaarde voor de studenten en de functionaliteit voor de opleiding blijkt uit de expliciet gemotiveerde beslissing daartoe en op voorwaarde dat de hiervoor aangewezen docent de andere taal op adequate wijze beheerst.

De decreetgever koppelt hier enkele voorwaarden aan:
Het moet een beperkt aanbod blijven en het dient expliciet gemotiveerd. De decreetgever heeft verder niet vastgelegd wat onder beperkte mate moet verstaan worden (voor de bacheloropleiding geldt in ieder geval de grens van 10 %). De memorie van toelichting bij het betreffende artikel stelt wel dat een algemene motivering niet volstaat. De instelling moet zeer specifieke argumenten naar voorbrengen.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

  • Artikel 94 § 2,2° van het Structuurdecreet

De docent moet de taal op adequate wijze beheersen. Ook wat deze voorwaarde betreft worden er geen richtlijnen bepaald maar enkel aangegeven dat de taalkennis ook voor docenten mogelijk niet altijd optimaal is.

Lid twee bepaalt verder nog dat in bepaalde gevallen, met uitzondering van de standaardafwijkingen 1° en 3°, nog ruimte moet gelaten worden voor het Nederlands als onderwijstaal:

  • Geen enkel opleidingsonderdeel kan volledig in een andere taal gedoceerd worden.
  • Voor de bacheloropleiding geldt sowieso een beperking van 10 % anderstalig aanbod.
  • In een professioneel onderwijs mag zelfs geen examen worden afgenomen als de leerstof niet ook in het Nederlands wordt georganiseerd.
  • De studenten moeten de kans krijgen om het examen in het Nederlands af te leggen.

De varianten die beperkingen opleggen aan de taalvrijheid worden decretaal als volgt omschreven:

In geen geval kan eenzelfde opleidingsonderdeel, behalve in de gevallen hierboven vermeld in het tweede lid, 1° en 3°, en in de gevallen waarin het opleidingsonderdeel door een anderstalige gastdocent wordt gedoceerd, volledig in een andere taal aangeboden worden.

Voor de bachelorsopleidingen is het gebruik van een andere taal dan het Nederlands beperkt tot ten hoogste 10 % van de omvang van het opleidingsprogramma; voor het bepalen van die grens worden de opleidingsonderdelen bedoeld in het tweede lid, 1° en 3°, niet meegerekend.

In het hoger professioneel onderwijs geldt bovendien de beperking dat over de leerstof die in een andere taal wordt aangeboden, behalve in de gevallen vermeld in het tweede lid, 1° en 3°, nooit een examen afgenomen kan worden, tenzij dezelfde leerstof ook in het Nederlands werd aangebracht of gedoceerd.

 

Met inachtneming van het voorgaande hebben de studenten het recht over een opleidingsonderdeel waarin een andere onderwijstaal dan het Nederlands werd gebruikt, examen in het Nederlands af te leggen, met uitzondering van de opleidingsonderdelen bedoeld in het tweede lid, 1° en 3°.

Hierna worden de verschillende onderdelen van lid 2 van paragraaf 1 (Taalruimte en de beperkingen) onder de loep genomen wat de implicaties op het veld betreft. Uit de praktijk blijkt duidelijk dat deze bepalingen divers geïnterpreteerd en toegepast worden. Een vereenvoudiging van de regelgeving dringt zich hier zeker op.

Beperkt aanbod

Op basis van de instellingsrapporten blijkt dat sinds de invoering van de taalrapportering dit aantal anderstalige opleidingsonderdelen globaal genomen stijgt. De decreetgever heeft bewust deze opening gelaten omdat meerwaarde en functionaliteit van een opleiding het anderstalig aanbod in groeiende mate rechtvaardigen zeker wat het masterniveau betreft.
Het aantal van deze opleidingsonderdelen blijft vrij beperkt binnen de bacheloropleiding.
Deze beleidsruimte voor anderstalig aanbod wordt de laatste jaren door de instellingen wel in de masteropleidingen veelvuldiger aangewend waar de beperking van 10 % op het anderstalig aanbod vanzelfsprekend niet speelt. Zeker de opstart in 2007 - 2008 van de masters heeft het aantal doen stijgen.
Waar voor de bacheloropleiding - noodgedwongen - de grens beperkt blijft, wordt de grens voor bepaalde masteropleidingen door de instellingen toch wel op een maximum van 50 % van de opleiding gelegd met masterproef niet inbegrepen. In de praktijk wordt in de masteropleidingen meermaals de grens van 30 % bereikt.

Het verplicht percentage van Engelstalige vakken in bepaalde wetenschappelijke masteropleidingen betreft 50 % van het onderwijsprogramma. Voor sommige studenten die ook bepaalde keuzevakken in het Engels verkiezen leidt dit tot een bijna volledig Engelstalig programma.
Instellingen hebben elk hun eigen aanpak om tegemoet te komen aan deze vraag naar meer Engelstalig aanbod in de masteropleidingen binnen het studiegebied Wetenschappen. Sommige opteren ervoor om voor de Nederlandstalige masteropleidingen, naast het Nederlands, een Engelstalig equivalent aan te bieden (zie verder). Andere opteren eerder voor een hoger aanbod van Engelstalige opleidingsonderdelen in de Nederlandstalige opleiding.

Naar aanleiding van de procedure studieduurverlenging die door de instellingen kan ingeleid worden, is het voor bepaalde opleidingen niet ondenkbaar dat meerdere anderstalige opleidingsonderdelen zullen geïntroduceerd worden in het curriculum. Deze operatie zal gepaard gaan met een aantal indalingen van master-na-masteropleidingen waarbinnen doorgaans meer onderdelen van het studieprogramma in het Engels worden gedoceerd of zelfs het gehele studieprogramma.

Het anderstalig aanbod situeert zich meestal op het niveau van de keuzevakken (keuzemodule / keuzepakket) en hierdoor worden de anderstalige opleidingsonderdelen niet opgedrongen aan de studenten. Zeker wat de (professionele) bacheloropleidingen betreft, melden de instellingen in hun rapportering dat studenten de keuze behouden om te opteren voor een volledig Nederlandstalig curriculum.
Om internationale studenten aan te trekken worden soms ook anderstalige opleidingsonderdelen aangeboden die niet standaard deel uitmaken van het studieprogramma van een bepaalde opleiding. Deze anderstalige opleidingsonderdelen worden dan georganiseerd specifiek voor uitwisselingsstudenten in het kader van ondermeer Erasmusprogramma’s en uitwisseling van studenten in het algemeen. Nederlandstalige studenten die dit wensen kunnen dit als keuzevak volgen, wat vanzelfsprekend een goede praktijk is om interationalisation@home te stimuleren.

Zoals hoger reeds aangegeven is de decreetgever zeer vaag gebleven met de vermelding in beperkte mate. Het is dan ook begrijpelijk dat elke instelling deze grens nogal vrij gaat invullen. De vaagheid van de decreetgever geeft de instellingen een zekere beleidsruimte die zij op verantwoorde wijze kunnen aanwenden. De vraag is wel of een aanbod van meer dan 50 % nog beantwoordt aan de decreetgever vooropgestelde in beperkte mate. De VLIR heeft in het kader van het maatschappelijk debat over de taal geadviseerd om de grens decretaal duidelijk op 50 % te leggen.

Motivering

Doorgaans is de andere onderwijstaal die aangewend wordt het Engels en in mindere mate Frans, Duits, ... Instellingen vermelden meestal per opleidingsonderdeel een motivering maar blijven vrij algemeen.
Samengevat betreffen de beweegredenen om aan te tonen dat het anderstalig aanbod de functionaliteit van de opleiding vergroot en een meerwaarde betekent voor de student, het volgende: vertrouwd maken van de studenten met het Engels als meest gehanteerde wetenschapstaal, taal van het onderzoek in bepaalde geïnternationaliseerde wetenschapsdomeinen, voorbereiden op een internationaal gerichte arbeidsmarkt, openstellen van anderstalige opleidingsonderdelen voor buitenlandse studenten, internationalisation@home.
Ook efficiëntieoverwegingen worden aangegeven. Deze spelen vanzelfsprekend mee maar zijn op zich geen doorslaggevend argument om meerwaarde van het gebruik van een andere taal te verantwoorden.
Een meer concreet argument dat meermaals binnen een bepaalde opleiding wordt aangegeven zijn de aanbevelingen van de visitatiecommissie om meer anderstalig aanbod in het curriculum van een bepaalde opleiding in te passen. Dit geldt voornamelijk voor de positieve wetenschappen maar ook voor de humane wetenschappen. Een uitermate belangrijk leerresultaat dat in meerdere opleidingsonderdelen wordt vooropgesteld is het goed beheersen van de Engelstalige EU-terminologie dit zowel actief als passief.
De visitatiecommissies benadrukken het belang om studenten meer met het Engelstalig vakjargon in contact te brengen en bevelen aan om hiermee rekening te houden bij het uittekenen van het onderwijsprogramma’s.
Zo wordt door visitatiecommissies het beperkte gebruik van Engelstalige handboeken in de opleiding betreurd en het ontbreken van duidelijke stimuli hiervoor. Het gebruik van het Engels bij het schrijven van papers, het houden van presentaties, ... wordt te weinig aangemoedigd.
In deze context dient toch opgemerkt dat de taalregelgeving ook in de Nederlandstalige opleidingen de docent niet weerhoudt om aanvullend meer anderstalig studiemateriaal te hanteren of de studenten aan te zetten om dit anderstalig materiaal te raadplegen en op basis hiervan anderstalige presentaties te geven. De toelichting door de docent blijft het Nederlands. Ook dit is een absoluut werkpunt voor onze instellingen om op die wijze op een verantwoorde wijze de meertaligheid van onze Nederlandstalige studenten te bevorderen.

Tot slot nog dient opgemerkt dat vanuit het onderwijsveld de wens geuit wordt om ook de vraag vanuit het afnemend veld expliciet op te nemen als beweegreden in de betreffende uitzonderingsbepaling.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

  • Artikel 94 § 2,2° van het Structuurdecreet
  • VLIR-advies van 10 december 2009 over de taalregeling in het hoger onderwijs

 

Dit artikel beoogt een duidelijke waarborg dat de docent die een andere taal doceert, deze taal ook grondig beheerst. Een andere taal dan het Nederlands als onderwijstaal, veronderstelt een degelijke kennis van die andere taal door de lesgever in functie van het vakgebied, wil men degelijke kwaliteit waarborgen.
Ook deze voorwaarde wordt echter zeer vaag decretaal ingevuld en lijkt eerder op een zorg die geuit wordt in dit verband. Taalregelgeving die te vaag blijft is moeilijk afdwingbaar. Waarom worden geen duidelijke voorwaarden inzake taalkennis bepaald? In Nederland is het gebruikelijk dat docenten verplicht worden om te slagen voor een bepaalde taaltest alvorens men doceert in een bepaalde vreemde taal. In Vlaanderen lijkt een taaltest wel meer en meer aan studenten te worden opgelegd om toegelaten te kunnen worden (zie verder). Voor docenten echter wordt dit slechts zeer sporadisch verplicht opgelegd. Momenteel acht de decreetgever de bestaande instrumenten (docentenevaluaties, visitaties, personeelsevaluaties, ...) voldoende ontwikkeld om tekortkomingen te detecteren en te remediëren.
De hoger onderwijsinstellingen blijken zich wel bewust van de noodzaak dat de Nederlandstalige lesgevers de andere onderwijstaal op een adequate wijze moeten beheersen. In de weergave van hun taalbeleid wordt het belang van dit aspect duidelijk onderstreept en als onderdeel van de kwaliteitsbewaking ter harte genomen. Het lijkt ook meer en meer een belangrijk onderdeel van de studentenevaluaties te vormen met daaraan gekoppeld remediërings- en vervolmakingscursussen voor de betreffende docenten.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

  • Parl. St.1571 (2002-2003)- nr.2, pg. 11

Deze bepaling is niet echt een voorbeeld van beheerst en zinvol wetgeven. De instellingen weten nauwelijks wat hiermee aan te vangen en redden zich wel eens met wat kunst- en vliegwerk in het Nederlands: een samenvatting, een lezing, elektronisch toegankelijk studiemateriaal. Zo wordt gesteld in het handboek Student en Recht.

Het kan inderdaad niet ontkend worden dat ook deze bepaling zeer vaag is. De memorie van toelichting geeft evenmin uitleg wat de invulling betreft.
Uit de taalrapportering blijkt dat dit artikel moeilijk concreet is na te gaan. Meestal is de regel wel opgenomen in de gedragscode van de instellingen. Uit de lezing van de verslagen blijkt wel dat de instellingen voorzien in bijkomende faciliteiten zoals nadere toelichtingen in het Nederlands of bijkomende woordenlijsten.
Studenten blijken in discussies over een eventuele vereenvoudiging van de taalregeling niettemin wel sterk vast te houden aan deze bepaling. De bepaling is eigenlijk ingevoerd om de studielast van de studenten niet al te zeer te verzwaren en moet derhalve in dat licht beschouwd worden. De beste manier van werken is dat in functie van het soort opleidingsonderdeel de docent met de studenten afspraken maakt op welk vlak extra ondersteuning zeker is vereist zodat het taalaspect de studielast niet al te veel verzwaard.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

  • Student en recht, Lieve Van Hoestenberghe en Raf Verstegen (red), juridische en sociale gids voor het hoger onderwijs, Leuven , ACCO, p. 59

Specifiek voor de bacheloropleidingen is vanuit de zorg voor de pas startende hogeronderwijsstudenten, die zelfs nog niet vertrouwd zijn met het academisch Nederlandstalig vakjargon eigen aan hoger onderwijs, een vaste grens vooropgesteld waarbinnen het anderstalig aanbod kan aangeboden worden.
Het blijkt echter niet altijd duidelijk uit de rapportering hoe effectief dit percentage wordt berekend en op welk opleidingsaanbod de grens wordt toegepast. De toepassing van deze regel is alleszins niet éénduidig.

Om het gehele opleidingsprogramma in oogschouw te nemen waarop de grens van 10 % moet worden toegepast, moet in feite rekening worden gehouden met de maximale keuzemogelijkheid van de student. Bij de samenstelling van het individueel onderwijsprogramma geldt dus voor elke student individueel de decretaal vastgelegde marge.
Temeer daar zoals hoger aangehaald, wat het anderstalig aanbod betreft, het vaak gaat om keuzevakken. De 10 %-regel geldt bovendien zowel op het niveau van de gehele opleiding als op het niveau van de afstudeerrichting en de verschillende keuzepakketten die aangeboden worden.
Voor een bacheloropleiding heeft een student dus in principe de vrijheid om een studieomvang van 18 studiepunten te volgen in een andere taal, en dit geldt voor elke afstudeerrichting. De opleidingsonderdelen die een vreemde taal tot voorwerp hebben en de opleidingsonderdelen gevolgd in een andere instelling, vallen buiten deze 18 studiepunten. Gastprofessoren die komen lesgeven in een andere taal vullen de vrije taalruimte dus wel op.
Er dient bovendien op gewezen dat deze grens los staat van de al dan niet toestemming van de student. De verplichting geldt zondermeer voor de instelling. Omgekeerd kan een student ook niet weigeren om deze anderstalige opleidingsonderdelen te volgen (afgezien van het afleggen van het examen in de andere taal) als zij binnen de decretale grens blijven. De student kan zelf ook niet opteren om deze grens via zijn keuzepakket decretaal te overschrijden.

In de afstudeerrichting Muziek en Zang wordt gemeld dat een occasionele overschrijding van de10 % regel zich kan voordoen en dit enkel met toestemming van de student.
De instelling verantwoordt dit als volgt: Een muziekopleiding aan een conservatorium onderscheidt zich van alle andere hogeschoolopleidingen in die zin dat het voornamelijk individueel onderwijs betreft en dat het primaire medium van communicatie de muziek is. Als medium van kennisoverdracht en competentieverwerving is de taal in de colleges instrument / zang bijgevolg van ondergeschikt belang. Een evaluatie van de occasionele overschrijding van de 10 % mag deze speciale context niet uit het oog verliezen en mag niet vergeten dat onze doelstelling erin bestaat internationaal excellerende musici te vormen door internationaal hoogstaand onderwijs te verstrekken op maat en behoefte van de student. Er wordt dan ook, door het breed en internationaal rekruteren van topspecialisten, naar gestreefd om voor elk aangeboden instrument, de mogelijkheid te scheppen om het onderricht naast het Nederlands eveneens in een andere taal aan te bieden.
Ondermeer deze casus duidt op het feit dat het onderwijskundig inderdaad niet zo evident is ook mede rekening houdend met de verschillende geïndividualiseerde trajecten om deze grens zeker ten aanzien van elke individuele student strikt te bewaken. Een controle is zeker niet evident.
Gezien dit gegeven en de onduidelijkheid inzake de berekening van het percentage is een alternatief om de grens decretaal uit te drukken in een vork van studiepunten dat maximaal in een andere taal kan aangeboden worden (zie ook verder).

De meeste instellingen melden wel dat zij de maximale grens van 10 % voor de bacheloropleidingen niet bereiken. Dit blijkt ook uit de meegedeelde gegevens. Het anderstalig aanbod blijft globaal genomen dus beperkt in de bacheloropleidingen zoals door de decreetgever ook is beoogd ter bescherming van deze categorie van studenten en ter vrijwaring van het Nederlands als wetenschappelijke taal in de bacheloropleiding.

Vanuit internationaliseringperspectief wordt door de instellingen uitdrukkelijk gevraagd om geen onderscheid te maken met de masteropleiding waar de grens niet strikt is bepaald.
Instellingen dringen minstens aan op een verhoging van het percentage om zodoende het mogelijk te maken in het kader van de mobiliteit van studenten ten minste een semester te kunnen aanbieden in een andere taal wat neerkomt op ongeveer 30 studiepunten.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

  • Jaarverslag taalrapportering 2007-2008

Met uitzondering van de taalvakken en de anderstalige vakken gevolgd in een andere instelling, kan in de context van een professionele bacheloropleiding nooit een examen worden afgenomen tenzij de leerstof ook in het Nederlands wordt gedoceerd of aangebracht. De decreetgever heeft deze extra voorwaarde ten aanzien van het professioneel onderwijs verantwoordt op grond van het specifieke profiel van de studenten in het professioneel onderwijs. Het betreft derhalve de zorg van de decreetgever om voor deze groep van studenten de studielast niet te veel te verhogen door het gebruik van een vreemde taal.
De voorwaarde komt eigenlijk neer op de verplichting om telkens ook in een equivalent opleidingsonderdeel in het Nederlands te voorzien.
Of moet het aanbrengen van de leerstof geïnterpreteerd worden als het ter beschikking stellen van een Nederlandstalige vertaling van de cursus? Opnieuw een zeer vage bepaling.
De rapportering geeft geen uitleg over hoe de instellingen deze bepaling concreet invullen.
Het blijkt wel dat het aantal anderstalige opleidingsonderdelen dat in het professioneel onderwijs wordt aangeboden zeer beperkt blijft.

Studenten behouden het recht om een examen in het Nederlands af te leggen tenzij het om een taalvak gaat of een in een andere instelling gevolgd opleidingsonderdeel.

Uit de rapporteringen blijkt dat slechts weinig studenten van dit recht gebruik wensen te maken. Dit moet wel enigszins genuanceerd worden. Een volledige registratie door de instellingen van deze gegevens is moeilijk omdat doorgaans op decentraal niveau beslist wordt over deze aanvragen.

Wat leert ons de praktijk?

Het cursusmateriaal dat in een Engelstalige opleiding wordt gehanteerd blijkt logischerwijze doorslaggevend te zijn bij de keuze van de taal van het examen. De student is vertrouwd met het anderstalig vakjargon en een examen afleggen in die taal betekent bijgevolg geen extra studielast. Integendeel, het afleggen van het examen in het Nederlands stelt mogelijke problemen omdat men de link moeilijker kan leggen tussen Nederlands en Engelstalig vakjargon. In dit verband vragen de studenten om een verklarende woordenlijst toe te voegen.

Het ligt ook voor de hand dat ingeval de docent anderstalig is, het examen door de docent in deze taal wordt opgesteld en afgenomen. Hoewel de decreetgever de student ook voor deze door anderstalige docenten gedoceerde opleidingsonderdelen het recht toekent, blijkt dat in de praktijk soms de mogelijkheid van een aanvraag om het examen in het Nederlands af te leggen reglementair wordt uitgesloten voor deze opleidingsonderdelen. Dit is derhalve niet conform met het decreet.
Het komt voor dat alle studenten samen aanvragen om het examen in het Nederlands af te leggen.
In een aantal hogeronderwijsinstellingen wordt expliciet aan de studenten de keuze geboden om het examen zowel in het Nederlands als in het Engels af te leggen.
Soms wordt een student praktisch verplicht om het examen in het Engels af te leggen omdat het een groepswerk betreft en mogelijk ook anderstalige studenten deel uitmaken van de groep. In dat geval wordt een opdeling gemaakt tussen het gedeelte groepswerk dat in het Engels gebeurt, en de individuele verdediging door de student die in het Nederlands kan afgelegd worden.
Het gebeurt dat de opdracht verplicht in het Engels moet uitgevoerd worden en het mondelinge examen in het Nederlands.
Het komt ook voor dat het examen in het Engels is opgesteld maar studenten kunnen antwoorden in het Nederlands.
De toepassing van het artikel blijkt in de praktijk vrij soepel te worden ingevuld zonder dat studenten problemen melden. Uit de rechtspraak van de Raad voor Betwistingen inzake Studievoortgangsbeslissingen blijkt niet dat dit een knelpunt vormt ingeval van een betwisting van het examenresultaat. Het middel werd nog door geen enkele student ingeroepen.
Tot slot moet worden opgemerkt dat ingeval het gaat om opleidingen die volledig in een andere taal (zie verder) worden aangeboden, waar ook Nederlandstalige studenten kunnen voor inschrijven, het examen doorgaans in de taal van de opleiding wordt afgenomen zonder dat de student de keuze heeft. De student heeft in dat geval ook geen recht om het examen in het Nederlands af te leggen. De voorwaarde van artikel 91, §1 geldt immers enkel op het niveau van de opleidingsonderdelen en betreft geen voorwaarde gekoppeld aan artikel 91, §2 dat betrekking heeft op het taalgebruik voor de gehele opleiding. In dat geval heeft de student immers een alternatief. Er is er altijd een equivalente opleiding in het Nederlands waarvoor de student zich kan inschrijven.


Bovenstaande informatie werd verkregen o.a. via

 

Lees verder: 6.7.2.3   Artikel 91 § 2
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen