Flamenco staat voor: Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education. De missie van Flamenco bestaat erin bij te dragen tot de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs en zijn kwaliteit internationaal zichtbaar te maken.
is een project van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). Study in Flanders verstrekt informatie over het hoger onderwijs in Vlaanderen, België.
is een elektronische online publicatie van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). De informatie in het handboek betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.
is een informatiekanaal voor Vlaamse studenten die in het buitenland gaan studeren. De informatie is beschikbaar op een website als online elektronisch handboek.
is een portaal waar Vlaamse studenen hun buitenlandse studie-ervaringen kunnen delen. Student in het Buitenland is een onderdeel van het project Studeer in het Buitenland.
is een projectcluster van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). In dit cluster worden de door Flamenco geformuleerde adviezen, studies en statistische analyses gebundeld. De documenten worden gepubliceerd op de website van Flamenco.
Tijdens de Flamenco-fora worden specifieke onderwerpen en actuele thema's betreffende de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs besproken en / of voorgesteld. Deze fora kunnen beperkt (brainstorm, discussie over voorliggende adviezen, ...) of breed (presentatie van adviezen, standpunten, nieuwe informatietools, ...) worden georganiseerd.
Nieuws over de projecten van Flamenco en Study in Flanders, de aankondiging van de publicatie van een nieuwe blogtekst, fotoreeks of nieuwsbericht volg je op Facebook.
5.2.3 De accreditatie van gezamenlijke programma's
Net zoals elke nationale opleiding dienen internationale gezamenlijke programma’s in Vlaanderen door de NVAO geaccrediteerd te worden om diploma’s te mogen uitreiken (art.57 van het Structuurdecreet). Wanneer een nieuwe gezamenlijke opleiding wordt ingericht dient zij alvast de procedure nieuwe opleiding te doorlopen: eerst de macrodoelmatigheidsbeoordeling door de Erkenningscommissie, gevolgd door een toets nieuwe opleiding door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie.
Art.95bis/1 laat echter de volgende uitzondering toe: opleidingen die erkend worden in de context van een Europees financieringsprogramma ter bevordering van de internationale samenwerking in het hoger onderwijs en waarbinnen multi- of gezamenlijke diplomering wordt vooropgesteld, kunnen meteen starten als een nieuwe opleiding zonder de procedure voor de Erkenningscommissie te moeten doorlopen. Zij krijgen zonder meer een overgangsaccreditatie voor de duur van hun erkenning in de context van het Europees programma, met een maximum van zeven jaar. De normale duur van een accreditatie is acht jaar.
Voor het verlopen van de accreditatieperiode zal een opleiding tijdig een externe beoordeling moeten krijgen (bv. na een visitatie door de VLIR) om vervolgens bij positief advies opnieuw te worden geaccrediteerd.
De kwaliteitsbewaking van de opleiding (visitatie en accreditatie) slaat op het geheel van de opleiding, dat betekent dat ook componenten die eventueel exclusief door andere, in het bijzonder buitenlandse, partnerinstellingen worden georganiseerd het voorwerp van deze Vlaamse toetsen zullen uitmaken.
Het spreekt voor zich dat elke partnerinstelling in orde moet zijn met de eigen nationale of institutionele regelgeving over accreditatie van de opleiding en erkenning van het diploma.
Binnen Vlaanderen bestaan verschillende manieren om de visitatie van een internationaal gezamenlijk programma te organiseren (al dan niet met bezoek aan de partnerinstellingen). Deze dient op voorhand te worden besproken met de VLIR of VLHORA.
Daarnaast bestaan ook alternatieven voor de visitatie door VLIR of VLHORA: de NVAO kan het extern rapport van een andere organisatie aanvaarden in het dossier, wanneer de visitatie gebeurde in lijn met ENQA’s European Standards for the External Quality Assurance of Higher Education. De NVAO kan ook op basis van de equivalentieverklaring van de procedures (in lijn met de ECA-principes) een accreditatiebesluit van een ander (buitenlands) accreditatieorgaan overnemen. En tenslotte heeft de NVAO met bepaalde buitenlandse accreditatieorganen ook akkoorden lopen die er voor zorgen dat accreditatiebesluiten automatisch wederzijds erkend worden. De doelstelling achter deze alternatieven is het vermijden van een al te grote accreditatielast voor internationale gezamenlijke opleidingsprogramma’s, die onderhevig zijn aan de regelgeving van de verschillende landen waarin het programma wordt aangeboden.