Flamenco staat voor: Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education. De missie van Flamenco bestaat erin bij te dragen tot de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs en zijn kwaliteit internationaal zichtbaar te maken.
is een project van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). Study in Flanders verstrekt informatie over het hoger onderwijs in Vlaanderen, België.
is een elektronische online publicatie van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). De informatie in het handboek betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.
is een informatiekanaal voor Vlaamse studenten die in het buitenland gaan studeren. De informatie is beschikbaar op een website als online elektronisch handboek.
is een portaal waar Vlaamse studenen hun buitenlandse studie-ervaringen kunnen delen. Student in het Buitenland is een onderdeel van het project Studeer in het Buitenland.
is een projectcluster van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). In dit cluster worden de door Flamenco geformuleerde adviezen, studies en statistische analyses gebundeld. De documenten worden gepubliceerd op de website van Flamenco.
Tijdens de Flamenco-fora worden specifieke onderwerpen en actuele thema's betreffende de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs besproken en / of voorgesteld. Deze fora kunnen beperkt (brainstorm, discussie over voorliggende adviezen, ...) of breed (presentatie van adviezen, standpunten, nieuwe informatietools, ...) worden georganiseerd.
Nieuws over de projecten van Flamenco en Study in Flanders, de aankondiging van de publicatie van een nieuwe blogtekst, fotoreeks of nieuwsbericht volg je op Facebook.
1.1.1 De economische voordelen van de internationalisering
The Economist van 7 augustus 2010 besteedt in een bijdrage: University students. Will they still come? 1 uitgebreid aandacht aan de economische aspecten van de internationalisering van het hoger onderwijs. Volgens de auteurs verkoos in 2007 (gegevens van de OESO) 12% van de 3 miljoen internationaal mobiele studenten het Verenigd Koninkrijk als bestemming om te studeren. Dat dit een belangrijke economische waarde heeft kan blijken uit volgende citaat: This is big business for Britain. With revenues of £ 25.4 billion, higher education is a significant industry. It is comparable in size to printing and publishing, slightly larger than advertising and much bigger than aircraft an space, or pharmaceuticals. Hierbij komt dat meer dan 10 % van deze inkomsten van buitenlandse bronnen komen. Hoger onderwijs kan dus niet meer losgekoppeld worden van het economische plaatje, en is een verhandelbaar goed geworden. Dat deze verhandelbaarheid niet als negatief hoeft geïnterpreteerd te worden kan blijken uit de woorden van Wildavsky, The academic mobility made possible by our increasingly borderless academic world will, like other kinds of free trade, bring widespread economic benefits, along with intellectual ferment and tremendous opportunities for individuals. 2
Voor vele instellingen, zeker de Angelsaksische, zijn de hoge inschrijvingsgelden bovendien een onmisbaar element in hun institutionele begrotingen. Ook in Vlaanderen – waar de bedragen eerder laag zijn – zijn de inkomsten uit inschrijvingsgelden noodzakelijk om de budgetten in evenwicht te krijgen. Het feit dat de bedragen voor buitenlandse studenten (buiten de EU) merkelijk hoger zijn, sluit aan bij de economische realiteit dat koken geld kost, een realiteit waaraan het hoger onderwijs evenmin kan ontsnappen. Dit neemt niet weg dat de overheden en instellingen een grote verantwoordelijkheid hebben om studeren betaalbaar te houden. Beurzensystemen en gedifferentieerde inschrijvingsgelden zijn in dat opzicht belangrijke hefbomen die als sociale correctoren dienen ingezet. Dit is des te meer het geval aangezien het volume van de studentenmobiliteit nog sterk zal toenemen. Cijfers van de OESO spreken over 8 miljoen studenten tegen 2025. Deze verhoogde mobiliteit zal aanleiding geven tot een verhoogde vraag en dus de mogelijkheid om hierop in te gaan door het aanbieden van geschikte programma’s. Instellingen moeten zich bewust zijn dat ze hier een voorname rol te spelen hebben. Te meer omdat gedurende het laatste decennium Europa meer in de belangstelling staat van de internationale studenten.
1. University students. Will they still come?, The Economist, August 7th 2010, pp.25-27.
2. Wildavsky, B., The great brain race: How global Universities are reshaping the world, Princeton University Press, Princeton, New Jersey, p 5.