Flamenco staat voor: Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education. De missie van Flamenco bestaat erin bij te dragen tot de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs en zijn kwaliteit internationaal zichtbaar te maken.
is een project van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). Study in Flanders verstrekt informatie over het hoger onderwijs in Vlaanderen, België.
is een elektronische online publicatie van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). De informatie in het handboek betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.
is een informatiekanaal voor Vlaamse studenten die in het buitenland gaan studeren. De informatie is beschikbaar op een website als online elektronisch handboek.
is een portaal waar Vlaamse studenen hun buitenlandse studie-ervaringen kunnen delen. Student in het Buitenland is een onderdeel van het project Studeer in het Buitenland.
is een projectcluster van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). In dit cluster worden de door Flamenco geformuleerde adviezen, studies en statistische analyses gebundeld. De documenten worden gepubliceerd op de website van Flamenco.
Tijdens de Flamenco-fora worden specifieke onderwerpen en actuele thema's betreffende de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs besproken en / of voorgesteld. Deze fora kunnen beperkt (brainstorm, discussie over voorliggende adviezen, ...) of breed (presentatie van adviezen, standpunten, nieuwe informatietools, ...) worden georganiseerd.
Nieuws over de projecten van Flamenco en Study in Flanders, de aankondiging van de publicatie van een nieuwe blogtekst, fotoreeks of nieuwsbericht volg je op Facebook.
6.6 Doelstellingen en resultaten van het taalbeleid inzake de onderwijstaal
Als basis voor de bespreking van het luik onderwijstaal wordt de informatie gebruikt die in de jaarlijkse taalrapportering in uitvoering van artikel 91 § 6 aan de minister is bezorgd. De ambtelijke rapporten die sinds 1995 elk jaar door de administratie zijn gemaakt kunnen geraadpleegd worden via de website van het departement onderwijs (http://www.ond.vlaanderen.be/hogeronderwijs).
Een onderdeel van deze rapportering betreft de bevraging van de instellingen over de doelstellingen en de resultaten die zij beogen inzake het taalbeleid dat ze voeren.
Zowel hogescholen als universiteiten kaderen het taalbeleid dat ze voeren steeds in het ruimere internationaliseringbeleid van hun instelling. Hierbij leggen zij ondermeer volgende accenten: het verwerven van een internationale en interculturele gerichtheid als voorbereiding op een mondiale samenleving is een essentiële doelstelling van elke hogere onderwijsopleiding; een goede kennis van het Engels en andere vreemde talen naast de moedertaal is een voorwaarde van tewerkstelling op een internationale arbeidsmarkt waarvoor meertaligheid een must is geworden.
Recent actiepunt is het verhogen van de mobiliteit van studenten in het licht van de 20 % drempel die door Europa voor alle landen werd vooropgesteld. Naast het bevorderen van de studentenmobiliteit van de eigen studenten, tracht men ook via het aanbieden van meer anderstalig aanbod, buitenlandse studenten aan te trekken en een internationale studieomgeving te creëren in Vlaanderen.
Het ontwikkelen van internationale competenties via internationalisation@home wordt door de meeste instellingen dan ook als een actief in te vullen beleidspunt opgeworpen. De doelstelling van internationalisation@home is om alle studenten, ook zij die niet via uitwisselingsprogramma’s naar het buitenland gaan, de kans te geven om internationale ervaringen op te doen ondermeer via contacten met buitenlandse studenten. Hiertoe wenst men ook buitenlandse lesgevers actiever aan te trekken en meer Engelstalige cursussen als een vast onderdeel in de opleiding te integreren.
De noodzaak aan een goede kennis van de gedoceerde onderwijstaal, zowel bij de docenten als studenten, blijkt een belangrijk aandachtspunt in het taalbeleid.
Uit de rapportering blijkt ook dat bepaalde instellingen zich explicieter dan anderen profileren wat het aantrekken van buitenlandse studenten betreft. Zij ontwerpen specifiek in dit kader integrale anderstalige programma’s voor buitenlandse studenten.
Binnen associaties wordt er wel gestreefd om tot een meer gezamenlijke aanpak inzake taalbeleid te komen. Zo worden er op associatieniveau in werkgroepen verschillende aspecten van het taalbeleid behandeld, zoals de kwaliteit van het academisch Nederlands, het taalbeleid van de onderzoekers, de taal in de lerarenopleiding, het ontwikkelen van een gemeenschappelijk taalbeleid.
Wat resultaten betreft is er sinds de rapportering, die vijf jaar geleden is opgelegd, toch een stijgende evolutie van het anderstalig aanbod merkbaar hoewel er geen ingrijpende wijzigingen zijn vast te stellen. Voor gedetailleerde statistieken en cijfermateriaal over het anderstalig aanbod, zowel op niveau van de opleidingsonderdelen en de opleidingen als informatie over het aantal inschrijvers, kunnen de hoger vermelde jaarrapporten geraadpleegd worden.