7.2.2 Interculturele competentie

Door een steeds meer geglobaliseerde economie, meer migratie en versterkte internationale competitiviteit van diverse organisaties steken meer en meer mensen nationale en culturele grenzen over. In al deze contexten moeten mensen omgaan met diversiteit en interculturaliteit. De vaardigheid om met mensen uit andere culturen en / of met andere etnische achtergrond in relatie te treden wordt steeds belangrijker zowel in het buiten- als in het binnenland (Brew & Cairns, 2004; Lustig & Koester, 1993). Kant en klare lijsten met do’s and don’ts in verschillende culturele contexten, zoals we vaak terugvinden in toeristische gidsen en af en toe in de academische literatuur, volstaan niet meer (Catteeuw & Coutuer, 2005). Hoewel de term interculturele competentie nu zeer verbreid is, bestaat er nochtans geen consensus over de definitie van de interculturele competentie (Deardorff, 2006; Fantini, 2009). Een verkenning van de huidige literatuur over de interculturele competentie toont een brede waaier aan verschillende concepten die verband houden of geassocieerd worden met de interculturele competentie: interculturele communicatieve competentie (Byram, 1997; Shadid, 2003), interculturele competentie (Fantini, 2000), generische culturele competentie (Choi, 1995), transculturele attitude (Van Endt-Meijling, 2003) (zie Deardorff, 2009 voor een overzicht). Dit gebrek aan duidelijke definities is waarschijnlijk te wijten aan de moeilijkheid om specifieke componenten of delen van dit complexe concept te identificeren. Daarom geven enkele auteurs een overzicht van de attitudes en vaardigheden die verondersteld worden deel uit te maken van de interculturele competentie (Bird & Osland, 2004; Gudykunst, 2005; Spitzberg & Changnon; 2009; Van de Vijver & Leung, 2009; Yershova, Dejaeghere, & Mestenhauser, 2000).

In dit dynamisch academisch debat vallen drie zaken op. Ten eerste de verschillende aangehaalde concepten vertoonden duidelijk overlap. Ten tweede, de achtergrond van de onderzoekers beïnvloedt hun focus op en ook de toegekende kenmerken aan de interculturele dimensie. Sommige auteurs leggen de nadruk op het cognitieve aspect van de interculturele competentie (Beamer, 1992; Yunxia, 2000), terwijl andere dan weer het affectieve aspect benadrukken (Van Endt-meijling, 2003) en nog andere auteurs de integratie van kennis, vaardigheden en attitudes onderschrijven. Kealey et al. (2003) en Vulpe et al. (2001) operationaliseerden interculturele competentie met gedragsindicatoren. Ten derde valt op dat de literatuur op dit vlak nog steeds gedomineerd wordt door de Anglo-Amerikaanse visie op de interculturele competentie.

CIMIC ontwikkelde een instrument dat een genuanceerd beeld geeft van iemands interculturele competentie (Simons, Krols, & de Graef, 2011). Met andere woorden, de interculturele competentie wordt beschouwd als een geïntegreerd concept, bestaande uit 9 componenten:

  1. Culturele zelfkennis: het betreft hier kennis over het eigen referentiekader en eigen wereldbeeld.
  2. Culturele flexibiliteit: de openheid om zich aan te passen en alternatieven te verkennen.
  3. Culturele veerkracht: kunnen omgaan met de moeilijkheden en de negatieve gevoelens die met interculturele ontmoetingen gepaard kunnen gaan.
  4. Culturele ontvankelijkheid: de openheid om naar de visie en de deskundigheid van de ander te luisteren en deze te integreren en tevens het vermogen om de relativiteit van de eigen visies en ideeën te aanvaarden.
  5. Culturele kennis: interesse aan de dag leggen om kennis over een andere cultuur te verwerven en de capaciteit om deze kennis in een aangepaste manier aan te wenden zonder de uniciteit van iedere person in een specifieke situatie onrecht aan te doen.
  6. Culturele relationele competentie: de bereidheid om tijd en energie te investeren in het creëren van vertrouwen en de bereidheid om in relatie te treden.
  7. Culturele communicatieve competentie: de bekwaamheid om de specifieke kenmerken van de eigen communicatiestijl te onderzoeken, te remediëren indien nodig en om de communicatiestijl van de andere te verkennen.
  8. Culturele conflicthantering: het vermogen om interculturele conflicten te beschouwen als leerkansen en het bewustzijn van de eigen conflicthanteringsstijl.
  9. Multiperspectiviteit: het vermogen om een situatie, vraagstuk of probleem vanuit meerdere culturele invalshoeken te benaderen en te begrijpen.

Op basis van een uitgebreide literatuurstudie over interculturele competentie, interculturele communicatie en interculturaliteit, is elk van de negen componenten samengesteld uit vier items. Voor elk item werden drie niveaus (exploratief, gevorderd en expert; Hermans, 2007) in een competentiematrix uitgewerkt. In totaal werden 108 items gegenereerd om de 9 dimensies van de interculturele competentie te meten (Simons et al., 2011).



Lees verder: 7.2.3   Globaal engagement
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen