4.2 Interculturele leefomgeving

Internationalisation at home richt zich op de internationaliseringsactiviteiten zonder uitgaande mobiliteit.

Internationalisation at home realiseert de internationaliseringsdoelstellingen door maximaal gebruik te maken van de bestaande internationale context in de instelling, dus op de campus of binnen de belevingswereld van de student. In de beginperiode van het concept Internationalisation at home richtten de internationaliseringsdoelstellingen zich vooral op de interculturele ervaring die internationale contacten met zich meebrachten 1. De veronderstelling was dat het samen leven en werken met buitenlanders een effect van bewustmaking zou genereren. Dit proces zou ervoor zorgen dat de studenten een internationale gevoeligheid en gerichtheid ontwikkelen.

De interculturele leefomgeving maakt in de eerste plaats gebruik van de multiculturele omgeving die bijvoorbeeld in de meeste grootsteden te vinden is, net zoals in de meeste Vlaamse provinciale studentensteden. Medestudenten en jongeren uit de omgeving van de universiteit of hogeschool worden betrokken bij het studentenleven. Op dit punt ontmoeten in de meeste hogescholen en universiteiten de diversiteitswerking en de internationaliseringswerking mekaar.

Naast gebruik te maken van de bestaande internationale en multiculturele omgeving, de interculturele campus, zijn vele universiteiten en hogescholen ook actief op zoek gegaan naar strategieën om de internationale omgeving te creëren. Het aantrekken van internationale studenten is daar een goed voorbeeld van. Het is evenwel niet vanzelfsprekend voor veel hogeschoolopleidingen om buitenlandse studenten aan te trekken. Er zijn uitzonderingen, maar meestal zien we het ontstaan van specifieke programma’s voor uitwisselingsstudenten. We zien in de hogescholen veel minder zogenaamde free movers. Aan de universiteiten is het een ander verhaal, omdat men daar gemakkelijker reguliere opleidingen kan organiseren voor dit type studenten. De speciale (Erasmus)programma’s aan de hogescholen kosten de opleidingen veel, en de vraag is maar hoe duurzaam dit aanbod is, én hoe de buitenlandse studenten worden geïntegreerd in de dagelijkse praktijk van het campusleven, zodat hun aanwezigheid een echte meerwaarde kan bieden. Er dient te worden gewaarschuwd dat veel van deze programma’s nogal exclusief worden bevolkt door enkel de uitwisselingsstudenten, die maar weinig contact hebben met de reguliere, Vlaamse studenten. Dit aspect werd al snel duidelijk, en er worden pogingen ondernomen om een soort gettovorming tegen te gaan. Er worden werkwijzen en instrumenten ontwikkeld om er voor te zorgen dat de inkomende studenten goed in het campusleven worden geïntegreerd en dat ze er hun rol kunnen spelen. Zo is er bijvoorbeeld het ISBI-project (Integrale Studentenbegeleiding bij Internationalisering) 2, dat een mooi voorbeeld is van hoe deze materie kan worden aangepakt en vorm gegeven.

In de loop van de jaren 2000 heeft dus de impuls van het LLP (Lifelong Learning Programme), met de Erasmusmobiliteit, en de Zuidwerking, die ook meer en meer wordt vertaald in individuele mobiliteit, er voor gezorgd dat de hogescholen en universiteiten, binnen de krijtlijnen van de taalwetgeving (zie hoofdstuk 6 in dit handboek), anderstalige modules en programma’s begonnen aan te bieden om zo aantrekkelijker te zijn voor internationale uitwisselingsstudenten. De Internationalisation at home-doelstellingen waren hiervoor een belangrijke motivatie.

De focus en belangrijkste initiatieven die genomen worden, zijn echter niet noodzakelijk gelinkt aan het programma / curriculum van de studenten. Zo volgen de inkomende uitwisselingsstudenten zoals gezegd vaak les in een aparte groep. Opleidingsverantwoordelijken zijn immers niet altijd even overtuigd van het belang van internationale en interculturele vaardigheden als generieke competenties van een afgestudeerde in het hoger onderwijs. De interculturele ontmoetingen worden vooral gefaciliteerd door initiatieven te nemen ten aanzien van het studentenleven. Daardoor blijft de betrokkenheid van de Vlaamse studenten vrijblijvend. Heel vaak waren het studenten die, al dan niet in het kader van hun opleiding, voordien reeds internationaal mobiel waren geweest. Zij behoren dan ook niet echt tot de thuisblijvers die voor Internationalisation at home de belangrijkste doelgroep zijn.

Voorbeelden van dit soort Internationalisation at home-initiatieven zijn zeer divers. Een frequent voorbeeld is het reeds genoemde buddy-systeem, het betrekken van eigen studenten bij onthaalactiviteiten van internationale studenten, zie als voorbeeld het VESTA-project van de KU Leuven: http://www.kuleuven.be/orientationdays/buddy.html.

Van een andere dimensie is het gebruiken van de multiculturele omgeving van de campus voor Internationalisation at home-doelen: zo worden studenten van de lerarenopleiding soms ingeschakeld in de thuisbegeleiding van allochtone scholieren. Internationaal is het een van de bekendste projecten het inspirerende Nightingale Mentoring Project van de universiteit van Malmö, dat geïnspireerd werd door het Israëlische Perach Project van het Weizmann Institute of Science. (http://www.mah.se/english/Student/Student-services/The-Nightingale-scheme/).

Internationalisation at home-initiatieven die zich vooral richten op de vrijetijdsbesteding van de studenten zijn over het algemeen moeilijk te monitoren en moeten rekening houden met enkele belangrijke obstakels. Het blijkt immers moeilijk leerrijke internationale contacten te initiëren: men blijft sterk afhankelijk van de interpersoonlijke vaardigheden van de studenten. De internationale ontmoetingen laten zich immers niet dwingen. Zo merken we bijvoorbeeld dat internationale studenten zeer sterk mekaar opzoeken tijdens het verblijf aan een buitenlandse hogeschool of universiteit: ze zitten samen op kot, ze gaan samen uit, ... Het is zeer moeilijk om een kader te creëren waardoor de eigen studenten zich mengen met de internationale studenten en zo ongedwongen intercultureel leren door de internationale omgeving. Wat opvalt is dat de studenten die zich in dit soort projecten laat betrekken, heel vaak studenten zijn die reeds over een sterke interculturele bagage beschikken, of minstens een aantal interculturele vaardigheden bezitten. Verkennende studies 3 geven aan dat deze initiatieven best waardevol zijn, maar dat om de internationale ervaring echt door te trekken naar alle studenten, men best focust op initiatieven die verankerd zijn in het curriculum.


1. Internationalisation at Home is any internationally related activity with the exception of outbound student mobility. (Nilsson, 2003)

2. Over het ISBI-project, zie ook: hoofdstuk 12, Integrale begeleiding

3. o.a. thesisonderzoek van Shari Temmerman, Onderzoek International Office, studenten communiatiemanagement KHMechelen 2010



Lees verder: 4.3   Internationalisering van het curriculum
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen