4.3 Internationalisering van het curriculum

Een tweede soort van Internationalisation at home-activiteiten is inhoudelijk verankerd in het curriculum. Natuurlijk is dit geen strikte scheiding: een heleboel initiatieven zijn enerzijds in hun oorspronkelijk opzet gericht op de interculturele leefomgeving, maar zijn anderzijds ook opgenomen binnen een curriculum. Zo kunnen studenten bijvoorbeeld een opleidingsonderdeel opnemen waardoor ze credits kunnen verdienen door mee te draaien in een buddyproject of bijvoorbeeld huiswerkbegeleiding te verzorgen bij allochtone scholieren.

Een belangrijke extra dimensie die de opname van een Internationalisation at home-initiatief in het curriculum met zich meebrengt, is de formele waardering ervan. Het zorgt ervoor dat de participatie minder vrijblijvend wordt en dat het interculturele leren als doelstelling wordt opgenomen binnen de opleiding. Daarnaast is het voor vele opleidingen mogelijk om door de integratie van deze activiteiten in het curriculum ook de opleidingsinhoud te internationaliseren.

De mogelijkheden om Internationalisation at home-initiatieven te integreren in het curriculum zijn zeer divers. Het uitgangspunt blijft conform de definitie dat men internationale activiteiten opzet zonder uitgaande studentenmobiliteit hieraan te koppelen. Een interessant concept in dit kader is de international classroom dat de toerismeopleiding van NHTV in Breda het bijzonder kwaliteitskenmerk internationalisering van NVAO opleverde. De international classroom wordt omschreven als: een onderwijsvorm waarin studenten van verschillende culturen met elkaar samenwerken. De kern van de internationalisering ligt in het leerplan: studenten worden voorbereid op een loopbaan in een internationale context.

De meest vanzelfsprekende manier om dit te realiseren ligt opnieuw in het inzetten op het contact van de eigen studenten met de internationale studenten. Het is dan ook belangrijk om het studieaanbod voor de inkomende studenten (zowel uitwisselingstudenten als reguliere internationale studenten) ook voor de eigen studenten open te stellen en omgekeerd. Het is meteen ook duidelijk dat hier een belangrijke rol is weggelegd voor de begeleidende docent. Naast belangrijke taalvaardigheden, moet hij / zij ook beschikken over de nodige interculturele vaardigheden om de internationale groep studenten zo goed mogelijk te begeleiden en de extra leerkansen die deze context biedt, ook te benutten.

Naast de integratie van internationale studenten en eigen studenten binnen de verschillende opleidingsonderdelen (en lessen) van het curriculum, kan een docent nog verschillende initiatieven nemen met betrekking tot Internationalisation at home. We sommen hier enkele courante initiatieven op:

  • uitnodigen van gastdocenten,
  • organiseren van een internationale week: inbreng van internationale docenten en studenten met betrekking tot een bepaald thema,
  • joint classes met buitenlandse collega via videoconferencing,
  • expliciete aandacht voor de internationale en interculturele vaardigheden en attitude binnen de opleiding,
  • joint modules uitwerken waarbij de verantwoordelijkheid, doelstellingen en inhoud van het opleidingsonderdeel gedeeld wordt met een collega van een buitenlandse partnerinstelling,
  • enz.

Voor een inspirerend overzicht van internationale activiteiten (Internationalisation at home en mobiliteit), kijk op het Good Practices in Internationalisation Platform – GPIP van de NVAO: http://gpip.nvao.net/.

Daarnaast is er ook de zorg dat de curricula op andere manieren worden geïnternationaliseerd. Enerzijds dat ze een internationale inhoud krijgen, formeel getoetst aan de internationale ontwikkelingen in het vakgebied zelf. Elke opleiding moet zich de vraag durven stellen of ze voldoet aan een aantal internationale descriptoren. In de loop van de jaren is het duidelijk geworden dat er instrumenten dienden ontwikkeld te worden.

Een veelgehoorde vraag in de opleidingen is om hulp te bieden bij het invullen van de internationale en interculturele competenties in de opleidingen. In het kader van het competentiegebaseerd leren zijn er soms nog wat blinde vlekken als we het hebben over generieke competenties. In veel opleidingen ligt de nadruk op de domeinspecifieke en de professionele competenties. Het TUNING-project, echter, heeft al snel vastgesteld dat er ook een grote nood is aan algemene en generieke competenties, zeker in het kader van de discussies rond de zogenaamde 21st Century Skills. Zie TUNING http://www.unideusto.org/tuningeu/competences.html en het rapport Future Work Skills 2020 http://www.iftf.org/system/files/deliverable/SR-1382A%20UPRI%20future%20work%20skills_sm.pdf.

Daar zien we de nood aan specifieke competenties die enkel in een internationaliseringsproces van de leerresultaten tot uiting kunnen komen. Ook hier is de vraag naar voorbeelden en instrumenten groot. We zien vooral noden hoe een instelling en een opleiding zich kunnen omvormen tot een internationale instelling of opleiding. Hier zoekt men een soort benchmarkinginstrument om de bestaande situatie in kaart te brengen om er dan een actieplan rond te kunnen ontwikkelen. Deze vraag is dringend omdat in het nieuwe accreditatiestelsel van de NVAO moet worden aangetoond dat zowel instelling als opleiding geïnternationaliseerd zijn.

De Vlaamse Bolognaexperts hebben hiervoor indicatoren en vooral descriptoren ontwikkeld, waarmee elke opleiding aan de slag kan om te inventariseren wat er bij hen al bestaat, om daarmee een verbeterings- en managementstraject op te zetten. http://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/descriptoren-internationalisering-hoger-onderwijs-bologna-experten-2009-2011.

Om deze gids te schrijven werd er gekeken naar de vereisten van de NVAO, het IMPI-project (Indicators for Mapping and Profiling Internationalisation), en verwante projecten. Deze descriptoren beschrijven wat er nodig, zowel op niveau van de instelling als op het niveau van de individuele opleiding is met betrekking tot:

  • visie en beleid,
  • implementatie, met aandacht voor de toewijzing van middelen, de marketing en communicatieaspecten, en de impact, met kwaliteitszorg en duurzame organisatie,
  • de internationaliseringsaspecten in onderwijs, onderzoek en dienstverlening,
  • de mensen: studenten, en medewerkers.

Met deze handleiding kunnen de opleidingen aan de slag om hun internationale profiel te bepalen. Elke opleiding kan dit individueel doen, en het valt aan te raden dat hier ook de kwaliteitsdiensten bij worden betrokken.

Daarnaast is er ook de vraag hoe men de problematiek van de competenties kan aanpakken. Ook hier werd er door de Bolognaexperts een traject op de rails gezet. Daarnaast is er het ICOM-project, waarbij ICOM staat voor Internationale Competentie. Dit wordt elders in dit handboek uitvoerig toegelicht (zie: hoofdstuk 7, Internationale competenties). Wel belangrijk om weten is dat er een competentiekader wordt aangeboden voor het in kaart brengen van de individuele competentieverwerving door de studenten, maar dat er ook een kader wordt uitgewerkt om te gebruiken in de opleiding, als aanvulling op de descriptorenlijst, die vooral de organisatie van de internationale opleiding beschrijft. Met de ICOM-aanpak wordt er gekeken naar de inhoudelijke ontwikkeling van de internationale competentie zelf.



Lees verder: 4.4   In de realiteit?
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen