2.1 Is een positionering internationaal nodig?

Internationalisering heeft zich in belangrijke mate een plaats verworven in het weefsel van het hoger onderwijs. Dat heeft te maken met groeiende druk op dat hoger onderwijs vanuit diverse hoeken met in de eerste plaats de overheid en het werkveld 1. De overheid stelt heel concrete doelstellingen en streefcijfers voorop, uiteraard op Europees niveau maar direct voelbaar op Vlaams niveau. Het werkveld, waar onze alumni terechtkomen, kent een groeiende vraag naar expertise in internationalisering. Er worden bijvoorbeeld voor de medische sector opportuniteiten gezien in de toenemende globalisering 2. De Vlaamse overheid zet voor haar toekomstige economische ontwikkeling sterk in op zogenaamde Gazellen en benoemt ze als internationale doorgroeibedrijven 3. In diezelfde context wordt vooropgesteld dat het aantal Vlaamse KMO’s dat exporteert naar het buitenland zou moeten verdubbelen 4. In de zelfevaluatierapporten voor NVAO vormt internationalisering een terugkerend thema in diverse facetten. Deze voorbeelden illustreren dat de vraag zich niet langer aandient of een hogeronderwijsinstelling al dan niet kiest voor internationalisering. Een instelling moet eerder kiezen in welke mate ze dat zal doen.

Daarnaast is internationalisering dermate doorgedrongen in de diverse aspecten van de werking van de instellingen dat het in Vlaanderen in toenemende mate niet langer als een doelstelling op zich wordt beschouwd. De Vlaamse overheid heeft namelijk consequent de Europese richtlijnen omgezet in decreten. Het vroege gebruik van studiepunten en de omslag naar flexibelere programma’s, hebben het Bolognaproces versneld ingang doen vinden. Deze evolutie heeft ook alle geledingen van de hogeronderwijsinstellingen onvermijdelijk in contact gebracht met enkele aspecten van internationalisering. Terwijl er dus vaak hard gefocust werd door het International Office (en het beleidsniveau) op mobiliteit van studenten (in casu het Socrates- en nu het Erasmusprogramma) liep een tweede evolutie vaak ongezien, en soms onbegeleid, in de eigen instelling op een parallel spoor. Deze tweede evolutie is ingrijpender omdat er structurele veranderingen in de basisstructuur van de instelling werden aangebracht. Het gaat onder andere over administratieve ingrepen om tegemoet te komen aan de flexibilisering, over aanpassing aan het diplomasupplement, over de invoering van het ECTS of de professionalisering van boekhouding om Engelstalige financiële rapportering te kunnen verzorgen in Europees gesponsorde onderzoeksprogramma’s.

Een hogeronderwijsinstelling wil dan ook niet zomaar internationaliseren. De internationalisering van de instelling vormt een middel om bepaalde doelstellingen makkelijker en sneller te bereiken of scherper te kunnen formuleren. Er is terecht een duidelijke tendens om in alle beleidsdomeinen van de instelling een onderdeel internationalisering mee te nemen en niet langer één enkel apart staand hoofdstuk te creëren. De correcte titel van dit hoofdstuk hoort dan ook te zijn: Positionering van de hogeronderwijsinstelling met behulp van internationalisering.

Deze nieuwe realiteit kan als een opportuniteit bekeken worden maar roept ook nieuwe vragen op. Naast de onontkoombare stelling dat elke instelling te maken krijgt met internationalisering, dringen zich bovendien ook nog keuzes op binnen dat ruime kader die weloverwogen genomen moeten worden. Het stelt de meeste hogeronderwijsinstellingen voor de uitdaging om een nieuw beleid uit te stippelen dat een impact heeft op inderdaad alle geledingen van de instelling, zowel thematisch in de klassieke tripartiete bestaande uit onderwijs, onderzoek en dienstverlening, als structureel waarbij aandacht gaat naar financiële diensten, administratie, beleidsstructuren, personeelsbeleid, ... Kort samengevat zijn de belangen van internationalisering groter geworden voor de organisatie als geheel. Toch betekent dit niet dat het internationaliseringsproces voor elke instelling op dezelfde manier moet verlopen.

Het Bolognaproces leidde in Vlaanderen tot de zogenaamde BaMa-structuur. Een Vlaamse eigenheid is dat dit gepaard ging met een opdeling in zogenaamde academische en professionele opleidingen. Een belangrijk verschil zit in de mate waarin onderzoek gelinkt wordt aan de opleiding en hoe de omkadering voor dit onderzoek wordt uitgebouwd. Deze evolutie introduceerde een binaire structuur in het hogeronderwijslandschap. Hierdoor zijn de tegenstellingen tussen universiteiten en hogescholen scherper geworden. De inkanteling van de academiserende opleidingen in de universiteiten, voorzien voor 2013 - 2014, zal dit bevestigen. Dit heeft natuurlijk een belangrijke impact op de mogelijkheden om internationaal actief te zijn.

 

De Europese Commissie stimuleert vooral het onderwijs en het onderzoeksaspect door daar financiële middelen voor vrij te maken. Het is duidelijk dat een en belangrijk aspect van het internationaliseringsgebeuren zich afspeelt rond onderzoek. Uitgedrukt in termen van beschikbare fondsen is dit zonneklaar. Het Levenslang Lerenprogramma (LLP) beschikt over een budget van bijna 7 miljard Euro (2007 - 2013) terwijl het 7de Kaderprogramma voor dezelfde periode over een budget van 50,521 miljard Euro beschikt. Dit betekent automatisch dat instellingen met een sterke onderzoeksinslag op een andere schaal aan het internationaliseringsgebeuren zullen deelnemen dan andere Vlaamse instellingen. Hogescholen kunnen betreuren dat ze slechts in beperktere mate hun onderzoekscapaciteit kunnen uitbouwen. Aan de andere kant biedt de Vlaamse BaMa-structuur natuurlijk opportuniteiten om zich als instelling sterker te profileren binnen het gegeven kader. Het mag inderdaad te verwachten worden dat de universiteiten zich nog meer zullen profileren als onderzoeksinstellingen. Hogescholen nemen daarentegen door de specificiteit van hun professionele opleidingen een bijzondere niche in die ze internationaal gezien nog beter kunnen uitbuiten. Hiermee raken we al aan de eigenheid van de instelling en niet langer aan de algemene context.


1. De Europese Commissie draagt in grote mate bij aan de koppeling tussen hoger onderwijs en het werkveld. De Lissabonstrategie legde de klemtoon op het verwerven van de nodige skills door de student om zo de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te verhogen. In de 20-20-strategie wordt dit beleid verdergezet.

2. VBO, Dare & Care. Internationalisering van de Belgische Medische Sector. (http://www.vbo-feb.be < publicaties < gratis brochures < (scroll down) Dare & Care)

3. Vlaamse Regering, Beleidsnota economie 2009-2014, p. 33. (http://www.vlaanderen.be/servlet/Satellite?c=Solution_C&cid=1171947608450&pagename=Infolijn/View)

4. Vlaamse Regering, Beleidsnota Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014, p. 34.
(http://www.vlaanderen.be/servlet/Satellite?c=Solution_C&cid=1171947608450&pagename=Infolijn/View)



Lees verder: 2.2   Basisvoorwaarden voor een goede positionering
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen