Flamenco staat voor: Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education. De missie van Flamenco bestaat erin bij te dragen tot de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs en zijn kwaliteit internationaal zichtbaar te maken.
is een project van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). Study in Flanders verstrekt informatie over het hoger onderwijs in Vlaanderen, België.
is een elektronische online publicatie van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). De informatie in het handboek betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.
is een informatiekanaal voor Vlaamse studenten die in het buitenland gaan studeren. De informatie is beschikbaar op een website als online elektronisch handboek.
is een portaal waar Vlaamse studenen hun buitenlandse studie-ervaringen kunnen delen. Student in het Buitenland is een onderdeel van het project Studeer in het Buitenland.
is een projectcluster van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). In dit cluster worden de door Flamenco geformuleerde adviezen, studies en statistische analyses gebundeld. De documenten worden gepubliceerd op de website van Flamenco.
Tijdens de Flamenco-fora worden specifieke onderwerpen en actuele thema's betreffende de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs besproken en / of voorgesteld. Deze fora kunnen beperkt (brainstorm, discussie over voorliggende adviezen, ...) of breed (presentatie van adviezen, standpunten, nieuwe informatietools, ...) worden georganiseerd.
Nieuws over de projecten van Flamenco en Study in Flanders, de aankondiging van de publicatie van een nieuwe blogtekst, fotoreeks of nieuwsbericht volg je op Facebook.
3.1 Samenwerking, vertrouwen en verantwoordelijkheid
Internationalisering is moeilijk denkbaar zonder samenwerking, met buitenlandse maar soms ook binnenlandse partners. Eén van de basisingrediënten van goede samenwerking is vertrouwen. Of het nu gaat om uitwisseling van studenten en docenten, het samen ontwikkelen van nieuwe opleidingen, opleidingsonderdelen of leermateriaal, het inrichten van gezamenlijke programma’s of het samenwerken op het gebied van onderzoek, steeds is wederzijds vertrouwen een onontbeerlijke factor voor het komen tot kwalitatieve resultaten op langere termijn. Vertrouwen betekent in deze context het overtuigd zijn dat de andere iets te bieden heeft dat voldoende interessant is (kwaliteit, expertise) en dat er loyaal en vlot zal samengewerkt kunnen worden. Vertrouwen ontstaat niet vanzelf. Het veronderstelt kennis van de andere. Kennis ontstaat ook niet vanzelf. Kennis opbouwen vraagt tijd, aandacht en moeite. Die tijd, aandacht en moeite worden meestal niet geïnvesteerd indien er niet een zekere initiële goodwill aanwezig is. Hoe komt men ertoe dat de andere voldoende interesse heeft om kennis te nemen van de kwaliteit en de expertise van de betrokken instelling, departement of opleiding, en open staat voor een gesprek over mogelijke samenwerking? Hier toont zich het belang van het netwerk.
Vertrouwen is in zekere mate overdraagbaar. Wanneer A vertrouwen heeft in B, en A weet dat B vertrouwen heeft in C, zal er dikwijls een (begin van) vertrouwen aanwezig zijn van A tegenover C. Of toch een voldoende mate van goodwill om kennis te willen maken met C. In dit proces mag men het belang van persoonlijk, menselijk contact niet onderschatten. Belangrijke institutionele samenwerkingsverbanden gaan meestal (minstens initieel) hand in hand met een persoonlijke verstandhouding tussen de vertegenwoordigers van deze instellingen. Waarom is rechtstreeks menselijk contact zo belangrijk? Om het, ietwat zwaarwichtig, met de filosoof Emmanuel Levinas te zeggen: uit het aanschouwen van het gelaat van de ander ontstaat een ethisch gebod. Een vraag die ons bereikt in een e-mail van een afzender die we nooit ontmoet hebben heeft een heel ander effect dan een vraag die ons face to face gesteld wordt, in een persoonlijke ontmoeting. De ontmoeting creëert een wederzijdse verantwoordelijkheid om met de ander rekening te houden, om niet onverschillig te zijn. Ook die verantwoordelijkheid is enigszins overdraagbaar binnen een netwerk. Levinas werd overigens geboren in Litouwen, studeerde in Straatsburg en Freiburg, en gaf later les in Poitiers en Parijs, een mooi voorbeeld van internationalisering in het hoger onderwijs.