Flamenco staat voor: Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education. De missie van Flamenco bestaat erin bij te dragen tot de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs en zijn kwaliteit internationaal zichtbaar te maken.
is een project van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). Study in Flanders verstrekt informatie over het hoger onderwijs in Vlaanderen, België.
is een elektronische online publicatie van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). De informatie in het handboek betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.
is een informatiekanaal voor Vlaamse studenten die in het buitenland gaan studeren. De informatie is beschikbaar op een website als online elektronisch handboek.
is een portaal waar Vlaamse studenen hun buitenlandse studie-ervaringen kunnen delen. Student in het Buitenland is een onderdeel van het project Studeer in het Buitenland.
is een projectcluster van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). In dit cluster worden de door Flamenco geformuleerde adviezen, studies en statistische analyses gebundeld. De documenten worden gepubliceerd op de website van Flamenco.
Tijdens de Flamenco-fora worden specifieke onderwerpen en actuele thema's betreffende de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs besproken en / of voorgesteld. Deze fora kunnen beperkt (brainstorm, discussie over voorliggende adviezen, ...) of breed (presentatie van adviezen, standpunten, nieuwe informatietools, ...) worden georganiseerd.
Nieuws over de projecten van Flamenco en Study in Flanders, de aankondiging van de publicatie van een nieuwe blogtekst, fotoreeks of nieuwsbericht volg je op Facebook.
Het jaarrapport Taal 2009 van het departement Onderwijs stelt: Het bewaken van het Nederlands als onderwijs- en wetenschapstaal is uitermate belangrijk, maar toch dient men na te gaan of een bepaalde regelgeving het beoogde doel bereikt of andere doelstellingen zoals internationalisering van het hoger onderwijs niet in het gedrang brengt. Bereikt men met het opleggen van de equivalentievoorwaarde wel het beoogde effect? Betekent dit verplicht dubbel aanbod geen overlast voor de instellingen. Laat de opgelegde grens van 10 % in de bacheloropleiding voldoende ruimte om een efficiënt mobiliteitsbeleid (Europese grens van 20 %) te voeren, ...?
Het betreft alleszins een aantal terechte vragen.
Na meer dan zes jaar zal er vermoedelijk in het kader van het zogenaamde Integratiedecreet ook een aanpassing komen van het artikel 91 van het Structuurdecreet. De twee concreet voorgestelde aanpassingen in het kader van het maatschappelijk debat kunnen in het kader van de internationalisering meer mogelijkheden bieden: voor de bacheloropleidingen wat concreet de mobiliteit betreft van de individuele student; voor de masters zal de versoepeling wat de equivalentievoorwaarde betreft zeker in het kader van de gezamenlijke diplomering meer mogelijkheden bieden.
Deze kans moet ook aangegrepen worden om bepaalde bepalingen van artikel 91 te vereenvoudigen al was het maar legistiek en op bepaalde punten te optimaliseren.
Toch dient niet uit het oog verloren te worden dat het uiteindelijk de instellingen zijn die de doelstelling inzake internationalisering moeten realiseren. De vraag naar versoepeling van de taalregeling is zeker verantwoord op bepaalde punten. De huidige vrije taalruimte wordt echter wat blijkt uit de rapportering nog niet maximaal benut. Er worden ook relatief weinig anderstalige docenten ingeschakeld en er wordt te weinig anderstalig studiemateriaal gehanteerd. Blijkt ook dat in de aangeboden Engelstalige opleidingen relatief weinig studenten inschrijven. Wellicht moet er nog meer gedaan worden om het Vlaamse hoger onderwijs aantrekkelijker te maken in het buitenland. Een verantwoorde versoepeling van de taalregelgeving kan hierbij ongetwijfeld helpen.