Flanders Knowledge Area

Handboek Internationalisering is een online publicatie van Flanders Knowledge Area. De informatie in het Handboek Internationalisering betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.

12 Werking: Integrale begeleiding

auteur: Agnes Dillien

Het hoofdstuk Integrale begeleiding is gebaseerd op een OOF-project van de associatie KU Leuven. Dit project kreeg de naam Integrale studentenbegeleiding bij internationalisering (2010 - 2012). Negen instellingen van de associatie KU Leuven werkten intensief rond de begeleiding bij een internationale ervaring. De rol van studenten in het elkaar ondersteunen werd hierbij sterk in de verf gezet (PAL). De projectresultaten wijzen studenten de weg naar het verwerven van internationale / interculturele competenties.

De inzichten werden opgedaan via meer dan 30 pilootprojecten. Als referentiekader werd het Frameworks for the Assessment of Internationalisation van de NVAO gebruikt dat werd vertaald naar een eigen referentiekader voor begeleiding dat zowel in de GPS-gids voor studenten als bij de docententool terugkomt.

Integrale begeleiding

De resultaten werden gebundeld in een website, een GPS-gids internationalisering voor studenten en een docententool.

Website ISBI: https://associatie.kuleuven.be/isbi.

GPS-gids internationalisering voor studenten: https://associatie.kuleuven.be/isbi/gps-gids-internationalisering.

Docententool ISBI: Dankzij het materiaal in de docententool kan men een stap verder gaan in de begeleiding via train-the-trainer modules in digitale vorm. Iedere module bestaat uit een draaiboek, achtergrondinformatie en cursusmateriaal. Alles kan aangepast en / of aangevuld worden met eigen inzichten. De projectcoördinator is bereid het materiaal van dit instrument met geïnteresseerden te delen.

Het ISBI-project werd verkozen als good practice door de NVAO. Deze nominatie kan bekeken worden op de GPIP website (Good Practices in Internationalisation Platform): http://gpip.nvao.net/.


In het VLOR-rapport, advies Raad Hoger Onderwijs, 24 juni 2010, lezen we: Een student moet begeleid worden in de voorbereiding van zijn buitenlandse ervaring. Ook in de ontvangende instelling moet men academische ondersteuning voorzien . Vooraleer studenten naar het buitenland vertrekken, moeten zij een specifieke administratieve procedure doorlopen. Vaak hebben zij daar ook begeleiding bij nodig. De vrees voor studieduurverlenging wordt door heel wat studenten naar voren geschoven als een reële drempel voor een buitenlands studieverblijf (cf onderzoek Bologna-experten, 2010). Instellingen hebben de taak om studenten zo goed mogelijk voor te bereiden op een dergelijke internationale ervaring om aldus de slaagkansen van de student niet te hypothekeren. Zij moeten deze drempel ook bespreekbaar maken.

Allerlei praktische belemmeringen hinderen uitwisselingen. Het is niet altijd evident in het buitenland gepaste opleidingsonderdelen te volgen. Hoe past dit in het gewone curriculum dat ik hier wil volgen? Een gepaste stageplaats vinden is ook geen sinecure. Hoe zal ik worden opgevangen aan het gastinstituut? Hoe zal ik me daar kunnen thuis voelen en aanpassen aan de nieuwe omgeving? Hoe los ik later de kleine probleempjes op? Sociale en culturele begeleiding worden door thuis- en gastinstituut georganiseerd. Terugkerende studenten hebben soms problemen met opnieuw aan te passen aan het leven in het thuisland, aan de studie aan het thuisinstituut. Zij hebben terugkombegeleiding nodig. Dit alles stelt extra eisen aan de organisatie en aan de studiebegeleiding van een opleiding.

Het is belangrijk dat de inkomende en uitgaande mobiliteit van studenten en personeel begeleid wordt, zowel voor, tijdens als na de periode in het buitenland.

Dr. J De Wit heeft dit heel duidelijk verwoord in zijn boek De wet van de stimulerende achterstand?, Internationalisering van het hbo onderwijs: misvattingen en uitdagingen.

Men gaat ervan uit dat studenten interculturele en internationale competenties vanzelf verwerven als ze maar in het buitenland studeren of stage lopen of als ze aan een internationale klas deelnemen. De werkelijkheid is gecompliceerder. Het is niet bij voorbaat gegarandeerd dat deze activiteiten ook daadwerkelijk dat gevolg hebben. Immers, een student kan zich volledig afsluiten van ervaringen met studenten en andere delen van de bevolking van het land waar hij /zij naartoe gaat, en daarmee met hun cultuur. Zoals gesteld, is een veel gehoorde klacht dat studenten te weinig integreren tijdens hun studieverblijf in het buitenland. Een andere klacht is dat in de colleges te weinig gebruik wordt gemaakt van de diversiteit aan culturen, kennis en onderwijsvormen die studenten met zich meebrengen. De Commissie Veerman stelt dat studenten moeten worden uitgerust om in een internationale omgeving te handelen (Commissie Veerman, 2010, p. 29). Het eerder genoemde pilotproject van de NVOA onder twintig opleidingen gericht op een certificaat distinguished feature of internationalisation, maakte duidelijk dat het expliciet omschrijven en meten van de interculturele en internationale leerdoelstellingen nog amper voorkomt. Dit impliceert dat er meer expliciete aandacht hiervoor moet komen, een van de onderzoeksthema’s van het lectoraat.

Vele studies bewijzen dat studenten elkaar efficiënt ondersteunen. Een medestudent heeft een lagere toegangsdrempel dan een docent. Studenten kennen de noden van de eigen opleiding. De hedendaagse pedagogie is meer studentgeörienteerd en competentiegericht. Op vele plaatsen gebruikt men PAL-technieken (Peer Assisted Learning), waarbij zowel tutors als tutees veel bijleren.

Begeleiding in verband met talen (VLOR rapport, 24 juni 2010): Vreemdetalenkennis is onontbeerlijk in het kader van mobiliteit. Studenten schoven dit als één van de grote drempels naar voren in de studie van de Bologna experten (2010). Studenten die naar het buitenland vertrekken, moeten de taal van het land van bestemming kunnen leren voor ze vertrekken. Het uitwerken van een adequaat aanbod is dus noodzakelijk. Dit aanbod kan extra-curriculair zijn, maar het is eveneens belangrijk om structureel meer aandacht te besteden aan vreemde talen in de opleiding. Het blijft uiteraard belangrijk om taalcursussen Nederlands voor buitenlandse studenten te garanderen.



Lees verder: 12.1   Inkomende studenten: sociaal en cultureel
 
Flanders Knowledge Area

Flanders Knowledge Area

www.flandersknowledgearea.be

Study in Flanders

Study in Flanders

www.studyinflanders.be

Research in Flanders

Research in Flanders

www.researchinflanders.be

Studeer in het Buitenland

Studeer in het Buitenland

www.studeerinhetbuitenland.be

Handboek Internationalisering

Handboek Internationalisering

www.handboek-internationalisering.be

Studies and Statistics

Studies and Statistics

www.flandersknowledgearea.be / nl / projecten / studies-and-statistics

Forum

Forum

www.flandersknowledgearea.be / nl / fora

Blog

Blog

www.flandersknowledgearea.be / nl / blog

Reconfirm

Reconfirm

www.reconfirm.be

Klik hier om de andere projecten van Flanders Knowledge Area te raadplegen