Flamenco staat voor: Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education. De missie van Flamenco bestaat erin bij te dragen tot de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs en zijn kwaliteit internationaal zichtbaar te maken.
is een project van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). Study in Flanders verstrekt informatie over het hoger onderwijs in Vlaanderen, België.
is een elektronische online publicatie van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). De informatie in het handboek betreft internationalisering van het hoger onderwijs, en richt zich vooral tot de personeelsleden van de Vlaamse hogeronderwijsinstellingen.
is een informatiekanaal voor Vlaamse studenten die in het buitenland gaan studeren. De informatie is beschikbaar op een website als online elektronisch handboek.
is een portaal waar Vlaamse studenen hun buitenlandse studie-ervaringen kunnen delen. Student in het Buitenland is een onderdeel van het project Studeer in het Buitenland.
is een projectcluster van Flamenco (Flanders Agency for Mobility and Cooperation in Higher Education). In dit cluster worden de door Flamenco geformuleerde adviezen, studies en statistische analyses gebundeld. De documenten worden gepubliceerd op de website van Flamenco.
Tijdens de Flamenco-fora worden specifieke onderwerpen en actuele thema's betreffende de internationalisering van het Vlaams hoger onderwijs besproken en / of voorgesteld. Deze fora kunnen beperkt (brainstorm, discussie over voorliggende adviezen, ...) of breed (presentatie van adviezen, standpunten, nieuwe informatietools, ...) worden georganiseerd.
Nieuws over de projecten van Flamenco en Study in Flanders, de aankondiging van de publicatie van een nieuwe blogtekst, fotoreeks of nieuwsbericht volg je op Facebook.
Het hoofdstuk Integrale begeleiding, wordt verder uitgewerkt in een OOF-project van de Associatie K.U.Leuven.
Dit project kreeg de naam: Integrale studiebegeleiding bij internationalisering, en loopt van oktober 2010 tot oktober 2012 onder leiding van K.H. Kempen. Acht partners van de Associatie K.U.Leuven nemen actief deel aan dit project.
In het VLOR-rapport, advies Raad Hoger Onderwijs, 24 juni 2010, lezen we: Een student moet begeleid worden in de voorbereiding van zijn buitenlandse ervaring. Ook in de ontvangende instelling moet men academische ondersteuning voorzien . Vooraleer studenten naar het buitenland vertrekken, moeten zij een specifieke administratieve procedure doorlopen. Vaak hebben zij daar ook begeleiding bij nodig. De vrees voor studieduurverlenging wordt door heel wat studenten naar voren geschoven als een reële drempel voor een buitenlands studieverblijf (cf onderzoek Bologna-experten, 2010). Instellingen hebben de taak om studenten zo goed mogelijk voor te bereiden op een dergelijke internationale ervaring om aldus de slaagkansen van de student niet te hypothekeren. Zij moeten deze drempel ook bespreekbaar maken.
Allerlei praktische belemmeringen hinderen uitwisselingen. Het is niet altijd evident in het buitenland gepaste opleidingsonderdelen te volgen. Hoe past dit in het gewone curriculum dat ik hier wil volgen? Een gepaste stageplaats vinden is ook geen sinecure. Hoe zal ik worden opgevangen aan het gastinstituut? Hoe zal ik me daar kunnen thuis voelen en aanpassen aan de nieuwe omgeving? Hoe los ik later de kleine probleempjes op? Sociale en culturele begeleiding worden door thuis- en gastinstituut georganiseerd. Terugkerende studenten hebben soms problemen met opnieuw aan te passen aan het leven in het thuisland, aan de studie aan het thuisinstituut. Zij hebben terugkombegeleiding nodig. Dit alles stelt extra eisen aan de organisatie en aan de studiebegeleiding van een opleiding.
Het is belangrijk dat de inkomende en uitgaande mobiliteit van studenten en personeel begeleid wordt, zowel voor, tijdens als na de periode in het buitenland.
Vele studies bewijzen dat studenten elkaar efficiënt ondersteunen. Een medestudent heeft een lagere toegangsdrempel dan een docent. Studenten kennen de noden van de eigen opleiding. De hedendaagse pedagogie is meer studentgeörienteerd en competentiegericht. Op vele plaatsen gebruikt men PAL-technieken (Peer Assisted Learning), waarbij zowel tutors als tutees veel bijleren.
Begeleiding in verband met talen (VLOR rapport, 24 juni 2010): Vreemdetalenkennis is onontbeerlijk in het kader van mobiliteit. Studenten schoven dit als één van de grote drempels naar voren in de studie van de Bologna experten (2010). Studenten die naar het buitenland vertrekken, moeten de taal van het land van bestemming kunnen leren voor ze vertrekken. Het uitwerken van een adequaat aanbod is dus noodzakelijk. Dit aanbod kan extra-curriculair zijn, maar het is eveneens belangrijk om structureel meer aandacht te besteden aan vreemde talen in de opleiding. Het blijft uiteraard belangrijk om taalcursussen Nederlands voor buitenlandse studenten te garanderen.